logo plandag
Genk C-mine

PlanDag 2026 – Weerbaarheid

Ieder voor zich, en de planologie voor ons allen?

3 en 4 juni 2026, Genk, België

Weerbaarheid

Ieder voor zich, en de planologie voor ons allen?

Heeft u al een noodpakket klaarliggen? Blikvoeding, water, een batterijradio, een zaklamp, een EHBO-koffer en voldoende contant geld: de basis om uzelf 72 uur te redden in een door natuur of mens veroorzaakte crisis.

Maar wat zit er eigenlijk in ons planologische noodpakket? Waarschijnlijk vergelijkbare zaken: zuiver drinkwater, energiezekerheid, droge voeten, een basisinfrastructuur, strategische voorzieningen, (voedsel)productie en voorraden. Zelfs militaire planning is terug van (nooit) weggeweest; een extra ruimteclaim op ons toch al vol geprogrammeerde territorium. In de maatschappij vandaag is ‘weerbaarheid’ het nieuwe credo en die weerbaarheid mag een flink economisch prijskaartje en fysieke voetafdruk hebben.

De opkomst van het weerbaarheidsdenken lijkt te duiden op een mentaliteitsverandering en een verhoogde mate van assertiviteit. In het planningsdiscours van de voorbije jaren stond het concept veerkracht sterk centraal: het vermogen van gebieden en gemeenschappen om schokken te absorberen, te herstellen en vervolgens krachtiger terug te veren. Weerbaarheid voegt hier een extra dimensie aan toe. Namelijk het vermogen om dreigend onheil actief af te wenden en – indien nodig – af te wentelen. Weerbaarheid in ruimtelijke planning betekent dus dat we niet alleen plannen voor “na de schok”, maar ook voor het voorkomen van systeemfalen. Oftewel, tijdig omschakelen en het doordacht sturen van ruimtelijke keuzes om risico’s niet te laten uitgroeien tot crises.
Lokale besturen nemen hierin soms het voortouw, zo ook in Genk met het ontharden en transformeren van lanen (Evence Coppéelaan), pleinen (Grote Markt) en valleien (Stiemervallei). De provincie Limburg (BE) maakt, op haar beurt, via het Ruimtepact 2040 werk van weerbaarheid op het vlak van economie (door economische differentiatie), mens (door het borgen van een voldoende uitrustingsgraad) en klimaat (door het versterken van groenblauwe aders en openruimtecorridors).

Daarnaast doet weerbaarheid, nadrukkelijker dan veerkracht, een beroep op de eigen verantwoordelijkheid. Een weerbare samenleving is een gemeenschap van weerbare individuen. Met een duwtje in de rug, ontstaan in België en Nederland weer vrijwilligerskorpsen. Burgers worden aangemoedigd om te ontharden en hun woningen voor te bereiden op de toekomst. Zie daar ook de grondgedachte van het huishoudelijke noodpakket: het bevestigt de eigen verantwoordelijkheid en legt de nadruk op individuele zelfredzaamheid, los van collectieve verbanden en vangnetten van de overheid. Het debat woedt volop over de slagkracht en efficiëntie van deze aanpak.

Toch spreekt er uit de hernieuwde belangstelling voor het zelfredzame vermogen van de samenleving ook hoop en vertrouwen. De laatste jaren zien we een veelheid aan samenwerkingsinitiatieven en bottom-up bewegingen ontstaan die de systeemwereld uitdagen en bevragen. Het is opvallend, maar misschien ook niet geheel toevallig, dat dit nieuwe maatschappelijke middenveld zich juist in het ruimtelijke domein sterk manifesteert. Energiecoöperatieven, wooncollectieven, dorpscoöperaties en bedrijveninvesteringszones vormen een antwoord op het institutionele onvermogen om adequaat te voorzien in essentiële ruimtelijke condities zoals passende woonruimte, een duurzame water- en energiehuishouding en toegankelijke voorzieningen. Vooral welvarende burgers vinden hier de ruimte om hun noodpakket aan te vullen. Dat geëngageerde burgers en sociaalbewogen ondernemers in actie komen om hierin doorbraken te forceren, ondanks de maatschappelijke weerstand tegen die voorzieningen, onderstreept ook dat institutionele planologen vaak onvoldoende in staat zijn om deze veranderingen van binnenuit teweeg te brengen.

Dat brengt ons ten slotte ook bij de vraag naar de weerbaarheid van de ruimtelijke planning zelf. Hoe wapent de planner zich tegen een lock-in in haar eigen systeem van regels, voorschriften en procedures? Het vereist durf om bestaande kaders los te laten en moed om het ongemak van onzekerheid te verdragen. Maar anderzijds roept het ook de vraag op waar de grenzen van weerbaarheid liggen. De roep om flexibiliteit en adaptiviteit is luid, maar de kans is reëel dat de frustratie losbarst in een onstuimige ‘sturm und drang’ die geen acht meer slaat op hinderlijke ‘checks and balances’. Weerbaarheid klinkt robuust, maar hoeveel redundantie kunnen we ons veroorloven in een samenleving die toch al onder druk staat van schaarse ruimte, middelen en draagvlak?

Over deze en andere weerbaarheidsvragen wil de PlanDag in juni 2026 met vakgenoten in gesprek. We nodigen u uit om dit gesprek met ons te voeren aan de hand van de volgende deelvragen:

  • Welke grote uitdagingen van de toekomst vragen nu al om een plek in ons ruimtelijk beleid?
  • Welke ruimtelijke strategieën zitten in ons planologische noodpakket?
  • Welke ruimtelijke condities zijn essentieel om een samenleving weerbaar te maken?
  • Welke consequenties heeft weerbaarheid voor solidariteit? Kan (iedereen in) de samenleving hierin mee?
  • Hoe kan de ruimtelijke planning (regelgeving, instrumenten, …) flexibel blijven om snel in te spelen op crisissen?
  • Hoe maken we ruimtelijke plannen voldoende ‘weerbaar’ in tijd, scope en inhoud om de uitdagingen van morgen aan te pakken?
  • En – als het noodlot dan toeslaat – wat bouwen we terug op en wat niet? Ook richten we in 2026 graag een extra sessie in die de provincie Limburg (BE) vooruit kan helpen om door de uitvoering van hun Ruimtepact 2040 de provincie ruimtelijk weerbaarder te maken. Indien u vanuit uw praktijkervaring of onderzoek in uw bijdrage hierop wilt reflecteren, dan lezen we dit graag terug in uw abstract.