plandag 2024 logo
Plandag 2024 Zwijndrecht

Deelnemers 2024

Tot nu toe hebben de volgende personen zich opgegeven:

David Dooghe (TNO / bestuurslid PlanDag)
Geiske Bouma (TNO / bestuurslid PlanDag)
Lieve Custers (UHasselt / bestuurslid PlanDag)
René van der Lecq (Departement Omgeving / bestuurslid PlanDag)
Sven Augusteyns (Landschaps- en stedenbouwbureau OMGEVING / bestuurslid PlanDag)
Ellen Simons (Hanzehogeschool) - paper: Jimmy's geeft thuis – bouwstenen voor een woonconcept voor kwetsbare jongeren

Jongeren in een kwetsbare positie, zoekend naar een passende woonruimte: Een opgave in Nederland. Wanneer je je als jongere bevindt in een kwetsbare positie, maakt dit de opgave nog groter. Hoe zorg je in deze storm voor een fijne plek om stilte te vinden? In deze praktijkbijdrage de eerste inventarisatie van bouwstenen die nodig zijn voor een woonconcept waar kwetsbare thuisloze jongeren in een stimulerend leefklimaat prettig kunnen (samen)wonen. Wonen, inkomen, welzijn, school&werk en support vormen de Big 5 voor jongeren; vijf onderdelen die van belang zijn om op orde te hebben, om zelfstandig door het leven te gaan. Het landelijke programma Housing First! streeft ernaar om dak- en thuisloos voorgoed te beëindigen, en geeft daarbij prioriteit aan het thema wonen. De focus verschuift van opvang naar wonen. Het landelijke programma vindt onder meer haar weg in gemeentelijk beleid onder het thema Wonen, zorg en welzijn. Jimmy’s –een maatschappelijke organisatie gericht op jongeren tussen de 12 en 27 jaar oud- is de opdrachtgever van dit onderzoek en in samenwerking met hen en steun van het Kansfonds zijn de eerste bouwstenen voor een dergelijk woonconcept geïnventariseerd. Er is gebruikgemaakt van de methodiek van de ‘innovatiewerkplaats’ (IWP). In deze praktijkbijdrage is er gebruikgemaakt van de methodiek van de ‘innovatiewerkplaats’ (IWP). In deze eerste fase van het onderzoek heeft de Hanzehogeschool in samenwerking met Jimmy’s en input van het kernteam met experts, verschillende scenario’s uitgewerkt aan de hand van de bouwstenen die van belang zijn bij de ontwikkeling van een dergelijk woonconcept.

Evelien Janssens (Departement Omgeving) - paper: Gebiedsregie en gebiedswerking als verbinding tussen storm en stilte Enkele bouwstenen uit 100 strategische projecten voor doorgedreven uitvoering van het beleid

Er zijn vandaag heel wat sterke verhalen op te tekenen in de uitvoering van het Omgevingsbeleid. In de zoektocht naar uitvoering biedt het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen daarbij nog steeds een houvast en kader. Ondanks deze veelheid blijkt in de praktijk steeds meer helderheid over de gebieden waar actoren over de verschillende bestuurlijke niveaus daadwerkelijk samenwerken. Vorig jaar werd een 100ste subsidie toegekend als bijdrage in de coördinatie van zo’n gebiedswerking. Naar aanleiding hiervan en in het kader van de Omgeving van de Toekomst werd een brochure uitgegeven en een toekomstdebat georganiseerd. Er werden krachtlijnen en bouwstenen die bij alle gebiedswerkingen aan de orde zijn scherpgesteld. Ondanks de storm (blijkt steeds de noodzaak aan stabiliteit en rust voor een duurzame planning: de focus waar inhoudelijk rond wordt gewerkt, met name gebiedsvisies en gebiedsprogramma’s, de wijze van verankering en samenwerking en de regie hierover. Hierbij zien we dat niet per definitie het instrumentarium of de regelgeving centraal staan, maar veeleer de manier waarop de actoren ermee omgaan, instrumenten en middelen bundelen en afspraken maken, (interbestuurlijk) beslissen. Er is nood aan verbinding tussen relevante deelprojecten in een gebiedsprogramma, met verschillende snelheden, perspectieven en tijdspaden, en dat om een bepaalde ruimtelijke toekomst (dus robuust verhaal) te bereiken. In de paper worden deze krachtlijnen of bouwstenen beschreven en verder geïllustreerd aan de hand van een tweetal concrete strategische projecten.

Gerard Stalenhoef (Departement Omgeving afd. GOP) - paper: Gebiedsregie en gebiedswerking als verbinding tussen storm en stilte Enkele bouwstenen uit 100 strategische projecten voor doorgedreven uitvoering van het beleid

Er zijn vandaag heel wat sterke verhalen op te tekenen in de uitvoering van het Omgevingsbeleid. In de zoektocht naar uitvoering biedt het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen daarbij nog steeds een houvast en kader. Ondanks deze veelheid blijkt in de praktijk steeds meer helderheid over de gebieden waar actoren over de verschillende bestuurlijke niveaus daadwerkelijk samenwerken. Vorig jaar werd een 100ste subsidie toegekend als bijdrage in de coördinatie van zo’n gebiedswerking. Naar aanleiding hiervan en in het kader van de Omgeving van de Toekomst werd een brochure uitgegeven en een toekomstdebat georganiseerd. Er werden krachtlijnen en bouwstenen die bij alle gebiedswerkingen aan de orde zijn scherpgesteld. Ondanks de storm (blijkt steeds de noodzaak aan stabiliteit en rust voor een duurzame planning: de focus waar inhoudelijk rond wordt gewerkt, met name gebiedsvisies en gebiedsprogramma’s, de wijze van verankering en samenwerking en de regie hierover. Hierbij zien we dat niet per definitie het instrumentarium of de regelgeving centraal staan, maar veeleer de manier waarop de actoren ermee omgaan, instrumenten en middelen bundelen en afspraken maken, (interbestuurlijk) beslissen. Er is nood aan verbinding tussen relevante deelprojecten in een gebiedsprogramma, met verschillende snelheden, perspectieven en tijdspaden, en dat om een bepaalde ruimtelijke toekomst (dus robuust verhaal) te bereiken. In de paper worden deze krachtlijnen of bouwstenen beschreven en verder geïllustreerd aan de hand van een tweetal concrete strategische projecten.

Gerwin Gabry (Kuiper Compagnons) - opinie: Hollen of stilstaan

De omgevingsvisie is een uitstekend vehikel om stil te staan bij de toekomst en wat dit betekent voor de plannen en projecten op korte termijn. Meestal vinden we 2040 al heel ver weg. Zeker van ‘gewone burgers’, vooral als die praktisch zijn ingesteld, vraagt het veel om die abstractie mee in te voelen. Tegelijkertijd is het enorm belangrijk om juist veel verder dan vijftien jaar vooruit te kijken. Zo nemen wij vaak als denkoefening het jaar 2121 als planhorizon, zonder daarbij overigens de fiducie te hebben dat we dan ook daadwerkelijk een ‘plan’ kunnen neerleggen. Het voordeel van zo ver vooruit kijken is dat het gelegenheid geeft tot reflectie (stilte) en je elkaar makkelijker vindt dan op die relatief korte termijn. Het nadeel van dit perspectief is dat het minder lijkt aan te sluiten op (de urgentie van) de stroom crises die we over onszelf hebben afgeroepen, en je je publiek snel verliest omdat het hun voorstellingsvermogen overstijgt. Het expliciet verbinden van die zeer lange (ogenschijnlijk theoretische) termijn met de korte (praktische) termijn lijkt het devies. Dit kan door het ‘gedeelde verlangen’ (zoals Floris Alkemade dit noemt) als een wenkend perspectief in beeld te brengen. Adviseurs, onderzoekers en ontwerpers moeten hiervoor de handen ineenslaan. Daarbij moeten zij hollen én stilstaan, maar vooral de balans daartussen in de smiezen houden.

Helena Bieseman (Departement Omgeving - VPO) - paper: Eindelijk vertraging van de Vlaamse verharding, of zitten we slechts in het oog van de storm?

Cijfers tonen aan dat er in Vlaanderen enkele trends aangaande bijkomende verharding en ruimtebeslag aan het afnemen zijn. Zijn we op de goede weg om de doelstellingen van de bouwshift te halen? Of zitten we slechts in het oog van de storm? Wat als de bouwwoede enkel een tijdelijke afzwakking kent door externe factoren en we mogen verwachten dat deze opnieuw zal toenemen? Uit de analyse van de verhardingscijfers kunnen we afleiding dat het netto aantal m² bijkomende verharding in Vlaanderen de laatste jaren aan het stagneren is. De analyses van de omgevingsvergunningen, zowel nieuwbouwwoningen als verbouwingen, tonen zelfs een effectieve daling (meer dan een stagnering). Verdieping van de cijfers tonen echter grote regionale verschillen. Nemen sommige regio’s een voorbeeldrol op zich om de verhardingstrend te keren? Of spelen er nog andere zaken mee? De Vlaamse ruimtelijke planningswereld wordt gekenmerkt door sterk uiteenlopende tendensen. Deze verschillende dynamieken zijn bijvoorbeeld te vinden in de traagheid van het opmaken van gemeentelijke plannen (nieuwe beleidsplannen, RUP’s) tegenover de snelheid van vergunningverlening, de traagheid van het begrijpen van of reageren op urgenties (bijvoorbeeld waterproblematiek) tegenover de snelheid van het invoeren van quick-wins (van bijvoorbeeld onthardingsprojecten). Maar ook betaalbaarheid, sociale privileges, globale tegenover lokale gebeurtenissen of eigenbelang tegenover gedeelde verantwoordelijkheden spelen een rol in de richting en snelheid waarmee Vlaanderen evolueert. Al deze facetten hebben een invloed op de toekomst van onze ruimtelijke structuur. Zijn we op de goede weg? Of is dit enkel een tijdelijk stilstand?

Margo Bienstman (Departement Omgeving - VPO) - paper: Eindelijk vertraging van de Vlaamse verharding, of zitten we slechts in het oog van de storm?

Cijfers tonen aan dat er in Vlaanderen enkele trends aangaande bijkomende verharding en ruimtebeslag aan het afnemen zijn. Zijn we op de goede weg om de doelstellingen van de bouwshift te halen? Of zitten we slechts in het oog van de storm? Wat als de bouwwoede enkel een tijdelijke afzwakking kent door externe factoren en we mogen verwachten dat deze opnieuw zal toenemen? Uit de analyse van de verhardingscijfers kunnen we afleiding dat het netto aantal m² bijkomende verharding in Vlaanderen de laatste jaren aan het stagneren is. De analyses van de omgevingsvergunningen, zowel nieuwbouwwoningen als verbouwingen, tonen zelfs een effectieve daling (meer dan een stagnering). Verdieping van de cijfers tonen echter grote regionale verschillen. Nemen sommige regio’s een voorbeeldrol op zich om de verhardingstrend te keren? Of spelen er nog andere zaken mee? De Vlaamse ruimtelijke planningswereld wordt gekenmerkt door sterk uiteenlopende tendensen. Deze verschillende dynamieken zijn bijvoorbeeld te vinden in de traagheid van het opmaken van gemeentelijke plannen (nieuwe beleidsplannen, RUP’s) tegenover de snelheid van vergunningverlening, de traagheid van het begrijpen van of reageren op urgenties (bijvoorbeeld waterproblematiek) tegenover de snelheid van het invoeren van quick-wins (van bijvoorbeeld onthardingsprojecten). Maar ook betaalbaarheid, sociale privileges, globale tegenover lokale gebeurtenissen of eigenbelang tegenover gedeelde verantwoordelijkheden spelen een rol in de richting en snelheid waarmee Vlaanderen evolueert. Al deze facetten hebben een invloed op de toekomst van onze ruimtelijke structuur. Zijn we op de goede weg? Of is dit enkel een tijdelijk stilstand?

Sebastien van Eupen (Antea Groep) - praktijkbespreking: Het Traject van de Kandidatuur Nationaal Park Scheldevallei

In oktober 2023 werd het Nationaal Park Scheldevallei samen met Nationaal Park Brabantse Wouden, Hoge Kempen (herbevestigd) en Bosland een feit. Bij de uitwerking van de kandidatuur voor de Scheldevallei als Nationaal Park werd het landschap gehanteerd als planningsbenadering. De Scheldevallei kent dan ook een dynamisch rivierlandschap dat het resultaat is van (glaciale) morfologische processen met o.a. paleomeanders, slikken en schorren, maar ook van de manier hoe de bewoners van de Scheldevallei omgingen met hun landschap. Doorheen de tijd evolueerde deze vallei van een landbouwlandschap met dijken, polders, kastelen en abdijen naar een vallei met een ingesnoerde rivier o.a. i.f.v. scheepvaart en bedrijvigheid langs de oever. Met de start van het Sigmaplan kwam veiligheid en later herstel van natuurwaarden meer op de voorgrond waarbij “nieuwe” (getijden)natuur werd gecreëerd, maar ook aandacht was voor recreatie. De natuurlijke en cultuurhistorische relicten van al deze processen zijn nog steeds zichtbaar in het landschap vandaag en maken de Scheldevallei Nationaal Park-waardig. Binnen de context van een traag evoluerend fysisch landschapssysteem speelt er een spanningsveld met een steeds meer verstedelijkt landschap en een groot aantal stakeholders en actoren. Dit Nationaal Park kenmerkt zich dan ook als een uitgestrekt gebied doorheen de Vlaamse Ruit waar de ruimte gegeerd is. Het spanningsveld kwam tot uiting in het traject van de kandidatuur van het Nationaal Park Scheldevallei en stelt de vraag hoe een Nationaal Park dat o.a. uiting geeft aan het traag fysisch systeem verder wordt uitgebouwd binnen een snel evoluerende beleidsmatige en maatschappelijke context. Dit artikel zet enkele bevindingen over dit traject uiteen.

Silke Daals, MSc. (Hanzehogeschool) - praktijkbespreking: Jimmy's geeft thuis – bouwstenen voor een woonconcept voor kwetsbare jongeren

Jongeren in een kwetsbare positie, zoekend naar een passende woonruimte: Een opgave in Nederland. Wanneer je je als jongere bevindt in een kwetsbare positie, maakt dit de opgave nog groter. Hoe zorg je in deze storm voor een fijne plek om stilte te vinden? In deze praktijkbijdrage de eerste inventarisatie van bouwstenen die nodig zijn voor een woonconcept waar kwetsbare thuisloze jongeren in een stimuleren leefklimaat prettig kunnen (samen)wonen. Wonen, inkomen, welzijn, school&werk en support vormen de Big 5 voor jongeren; vijf onderdelen die van belang zijn om op orde te hebben, om zelfstandig door het leven te gaan. Het landelijke programma Housing First! streeft ernaar om dak- en thuisloos voorgoed te beëindigen, en geeft daarbij prioriteit aan het thema wonen. De focus verschuift van opvang naar wonen. Het landelijke programma vindt onder meer haar weg in gemeentelijk beleid onder het thema Wonen, zorg en welzijn. Jimmy’s –een maatschappelijke organisatie gericht op jongeren tussen de 12 en 27 jaar oud- is de opdrachtgever van dit onderzoek en in samenwerking met hen en steun van het Kansfonds zijn de eerste bouwstenen voor een dergelijk woonconcept geïnventariseerd. Er is gebruikgemaakt van de methodiek van de ‘innovatiewerkplaats’ (IWP). In deze praktijkbijdrage is er gebruikgemaakt van de methodiek van de ‘innovatiewerkplaats’ (IWP). In deze eerste fase van het onderzoek heeft de Hanzehogeschool in samenwerking met Jimmy’s en input van het kernteam met experts, verschillende scenario’s uitgewerkt aan de hand van de bouwstenen die van belang zijn bij de ontwikkeling van een dergelijk woonconcept.

Martijn van den Bosch (Woonin / Bestuur PlanDag)