Meer met Meer

PlanDag 2019, 23 mei, Turnhout, België

Thema

Het gaat goed, met de economie, met ons algemeen welzijn. Ook ruimtelijke kwaliteit krijgt opnieuw aandacht, en steeds vaker laten we niet-monetaire waarden zoals collectiviteit, duurzaamheid, inclusiviteit, circulariteit etc. meewegen in onze ruimtelijke keuzes. Een ideale tijd dus, om daadwerkelijk zaak te maken van de grote transities waar onze huidige maatschappij voor staat: duurzaamheid, energie, mobiliteit, klimaat, digitalisering, inclusiviteit….

Tegelijkertijd zorgt een goed draaiende economie voor zowel tijd- als ruimtedruk. Bekende en nieuwe vragen om ruimte buitelen over elkaar. Meer woningen, nieuwe vervoersvormen, energiezuinige wijken, klimaat-adaptieve steden, werklocaties voor de nieuwe economie, meer robuuste en bio-diverse groenstructuren, natuur-inclusieve en stadsgerichte landbouw, open ruimte … het lijstje lijkt oneindig. Samen met de ruimtelijke opgaven stapelen zich ook het aantal actoren op dat bij ruimtelijke transformaties betrokken is: overheden, bedrijven, burgers, belangenverenigingen, investeerders, … We willen steeds maar meer met meer…

Aan meer met meer zit echter ook een keerzijde. Steeds meer mensen haken om diverse redenen af. De actualiteit van klimaatmarsen en manifestaties van gele hesjes zetten aan het denken. Omgevingsbeleid staat daarmee ook voor de opgave om een binnen de grenzen van de fysieke leefomgeving een nieuw welvaartsmodel uit te denken en vorm te geven. Een model dat alle groepen van de maatschappij zin geeft om mee te stappen in de genoemde transities.

Het thema van de PlanDag 2019 is hiermee: “Meer met Meer”. Hoe doe je dat? Hoe koppel je de grote transities aan de diverse vragen om ruimte? Hoe organiseer je ruimtelijke transformaties die meerdere opgaven samenbrengen, en door uiteenlopende actoren worden ingezet? Hoe kun je opgaven slim met elkaar combineren? Hoe krijgen we de samenleving in al zijn diversiteit mee? Hoe regel je financiering voor transformaties waarvoor de verantwoordelijkheid en betrokkenheid over meerdere actoren en beleidsvelden verspreid is? Welke nieuwe vraagstukken en dilemma’s komen voort uit dit “meer met meer” plannen?

Hierover willen we graag met u in debat tijdens de PlanDag 2019.

Vraagstukken

Hieronder schetsen we vraagstukken die recent in het professionele en maatschappelijke debat opduiken. Zie deze als een inspiratie en trigger om uw eigen praktijkervaringen of (wetenschappelijk) onderzoek in het licht van “Meer met meer” te bekijken. Waar loopt u tegenaan in de praktijk van gebiedsontwikkeling en ruimtelijke transformatie? Welke goede of minder goede voorbeelden kent u? Welke vraagstukken ziet u als academicus? Klim in de pen, en deel uw ideeën, ervaringen en reflecties! Bijdragen die op andere aspecten van “Meer met Meer” ingaan, zoals vakmanschap of inhoudelijke vraagstukken, zijn uiteraard ook van harte welkom.

Wie betaalt, bepaalt? (Governance en financieringsvraagstuk)

De complexiteit en omvang van de genoemde ruimtelijke transities vraagt om veel meer dan het daadkrachtig optreden van een enkele verantwoordelijk voelende actor. Ook is er een maatschappelijk brede beweging nodig waarbij burgers, overheden van alle niveaus, marktpartijen en belangengroeperingen op innovatieve wijze samen optrekken. Maar hoe organiseer je dit? Hoe krijg je de nodige kennis gebundeld op een toegankelijke manier beschikbaar? En, zeer belangrijk, hoe krijg je in zulke hybride samenstellingen de financiën georganiseerd? Hoe voorkom je dat kosten voor de transities onnodig zwaar komen te wegen op één stakeholder-groep? Hoe betrek of compenseer je bijvoorbeeld privéeigenaars? Welke rol neemt een overheid op zich? Wat kunnen we verwachten van burgers, marktpartijen en belangengroepen? Dit vraagstuk richt zich op de ambities, financiering en betaalbaarheid van “Meer met Meer”.

Uit-me-kaar? (maatschappelijk vraagstuk)

Met bovengenoemde ontwikkelingen neemt de druk op de stad toe. Steden wordt steeds onbetaalbaarder en ontoegankelijk voor bepaalde groepen in de samenleving. Tegelijkertijd worden de ‘betaalbaardere’ lintbebouwingen en woningen op het platteland in een wat donkerder daglicht geplaatst. De genoemde energietransitie en klimaatmitigatie-maatregelen wentelen de kosten al snel af op specifieke groepen in de samenleving. Recente protesten van gele hesjes laten dit eens te meer zien. Daarmee laait ook de discussie over inclusiviteit op. Van wie is de stad? Wie kan en wil er straks nog ‘meedoen’? Welke antwoorden hebben ruimtelijke planners op uitdagingen als mobiliteitsarmoede, energiearmoede, gentrificatie? Dit vraagstuk richt zich op mogelijke afwenteling, exclusiviteit en inclusiviteit van “Meer met Meer”.

Het nieuwe normaal… (ruimtelijk vraagstuk)

De ambitie om zoveel mogelijk maatschappelijke transities mee te nemen in lopende ruimtelijke transformaties vraagt om integratie, transversaliteit ofwel ‘mee-koppelen’. Dit maken van koppelingen of samenwerkingsverbanden tussen verschillende beleidsdomeinen en opgaven vraagt echter om zowel tijd als goede wil. En juist tijd is te midden van de huidige ruimtedruk niet altijd te vinden. Hoe werkt dit mee-koppelen? Hoe krijg je dit voor elkaar? Hoe zorg je dat mee-koppelen en het mee laten wegen van de grote maatschappelijke transities ook wordt door-vertaald in kleinschalige transformaties? Hoe zorg je dat ‘harde’ sectoren en ‘zachte’ sectoren effectief gaan samenwerken? Welke druk legt mee-koppelen om de ruimte en op de ruimtelijke planner? Hoe hou je bijvoorbeeld ten midden van alle stedelijke druk, vraag om ruimte en maatschappelijke transities ook nog ruimte effectief open of ongedefinieerd? Hoe bewaak je de kwaliteit van een mee-koppelende ontwikkeling? Dit vraagstuk richt zich op het mee-koppelen of ontkoppelen van “Meer met Meer”, en het vrijwaren van (open?) ruimte onder toenemende ruimtedruk.