Naam Nick Deham
werkzaam bij Vlaams Instituut Gezond Leven
Titel van de bijdrage Meer bewegen door ruimtelijk beleid: analyse van ‘walkability’ in Vlaanderen
Abstract van de bijdrage (max. 250 woorden)

In Vlaanderen zitten we gemiddeld 8,3 uur per dag stil, kampt 48% van de bevolking met overgewicht en is 13% van de Vlamingen zwaarlijvig. Amper 40% van alle Vlamingen beweegt dagelijks meer dan de aanbevolen 30 minuten. Om de schadelijke gezondheidseffecten te vermijden is het onvoldoende om enkel 30 minuten per dag matig tot hoog intensief te bewegen, ook minder zitten is de boodschap. Gemotoriseerde verplaatsingen vervangen door actieve verplaatsingen, te voet of met de fiets, kunnen een deel van de remedie zijn om langdurig stilzitten te vermijden.

De manier waarop de omgeving ingericht en gebruikt wordt, heeft een invloed op de manier waarop mensen zich verplaatsen. Het concept ‘walkability’ koppelt specifieke omgevingskarakteristieken (woondichtheid, functiemix en stratenconnectiviteit) aan effectieve actieve verplaatsingen. Internationaal onderzoek toont namelijk aan dat mensen meer bewegen en zich meer actief verplaatsen op locaties met hoge woondichtheid, een hoog aantal verschillende functies en een hoge stratenconnectiviteit. Gebaseerd op bestaand internationaal onderzoek werd de objectieve walkability-score voor alle buurten in Vlaanderen in kaart gebracht. De analyse van de resultaten stelt zowel ruimtelijke planners, politici als private partners in staat om buurten te vergelijken in functie van beweegvriendelijke ruimtelijke ontwikkeling en onderbouwde ruimtelijke keuzes te maken.

De paper bespreekt de resultaten voor Vlaanderen en gaat in op mogelijke ruimtelijke ontwikkelingsperspectieven die hieraan gekoppeld kunnen worden. Selectieve ontwikkeling en inrichting van buurten of duidelijke keuzes van investeringen in fiets- of voetgangersinfrastructuur kunnen immers het aandeel actieve verplaatsingen in Vlaanderen verhogen. Op deze manier wil de paper het (lokaal) ruimtelijk beleid meer inzicht geven in de wijze waarop ze burgers kunnen aanzetten tot meer gezonde, actieve verplaatsingen.